| Cappella Amsterdam dwingt respect af |
|
Door Henk Slik
Bron: De Stentor / 5 nov. 07
Drieduizend euro provinciesubsidie, een barstensvolle kerk, een programma om stil van te worden; het bestuur van de Stichting Requiem Lochem zal spinnen van genoegen. Het derde Requiem-programma was – afgezien van een paar fraaie anonieme werken – louter gevuld met Engelse muziek. Kenmerkte het vorige, overigens voortreffelijke, concert zich door gedragenheid en een zekere onvermijdelijke monotonie, ditmaal zorgde de combinatie van oud en 'nieuw' voor een rijke afwisseling.
Dat Purcell zelf een uitstekende vocalist was en uitmuntend voor zangers kon componeren, hebben Reuss en zijn koor overtuigend aangetoond. Luit en orgeltje mengden zich subtiel met de koorbijdrage in 'Hear my prayer o Lord'; een diep-doorvoeld werk waarin de componist zwelgt in prachtige samenklanken. Fraai van afwerking en mooi strak gezongen klonk 'Let mine eyes run down with tears'. Na het engelachtige geluid van de soliste in 'Evening Hymn' met zijn uitgedijd Hallelujah, zal het publiek het weerbarstige, technisch knap lastige 'Funeral Sentences' niet tot de favorieten rekenen. Het is alsof deze smeekbede een worsteling voorstelt om in een wirwar van stemmen de juiste toon te vinden. Chistopher Browns 'Elegy' begint traditioneel homofoon, maar waaiert spoedig uit tot een kleurrijk polyfoon klanktapijt. In overeenstemming met de tekst haalt Brown fors, dwarsig en lamenterend uit. De ongeveer 15 minuten durende dodenmis van Howells, teruggrijpend op de stijl van Palestrina, was de bekroning van dit luisterrijke concert. Het bevat teksten die afgeleid zijn van psalmteksten uit het Anglicaanse 'Book of Common Prayer'. De puurheid, de relatieve eenvoud ervan en de schitterende uitvoering dwongen diep respect af. |
